Zaterdag 23 februari 2019

Het was een fijne voorjaarsdag vandaag.

We genoten – misschien wel voor ’t eerst weer – oprecht van het bos.
In het bos zijn, is steeds troostrijk voor ons maar vandaag was het een tikkeltje meer dan dat. De zon deed met haar (of zijn) vroege lentelicht enorm haar (zijn) best en het raakte me op een prettige manier. Licht, kleur, en toch alle bomen nog kaal waardoor je overal goed doorheen kan kijken en het licht juist extra vaak de bosgrond bereikt. Daarbij soms ook prachtige schaduwen tekenend.

Het was een fijne dag maar wel met een verdrietig staartje, vanavond samen met vrienden van ons. Ook zijn staan, net als wij bijna 2 maanden geleden, voor de ongelofelijk pijnlijke beslissing om hun hondenkind te laten slapen. Het gaat slecht met hem.
Dirk en hij waren een beetje maatjes. Dirk ging geregeld spelen bij hem als Dejan en ik ergens naartoe moesten waarbij Dirk echt niet mee kon. En wij lieten hun hondje uit als zij een dag op pad waren.
Het lijkt er sterk op – dat geven ze zelf aan en zo klinken de omstandigheden ook – dat ze komende week door dezelfde heftige laatste dagen met hun lieverdje gaan als wij eind december / begin januari. En we weten kersvers wat dat met je doet, hoe vreselijk zeer het doet. We weten het helaas maar al te best.
Ze waren vanavond hier. Het is ‘fijn’ om hun pijn zo  goed te kunnen begrijpen en nu de warme schemerlamp te zijn voor hen, die zij 2 maanden geleden (en daarna ook nog) wilden zijn voor ons. Want dat is wat je nodig hebt als het koud en donker voelt waar je doorheen gaat. Intussen herleven we ook wel onze eigen moeilijkste dagen weer een beetje, omdat we veel herkennen. Het hoort bij het lieve leven met een huisdier, deze pijnlijke situaties.

Maar vandaag, door het voorjaar in het bos (en in onze tuin) en door hoe we daar weer wat meer van konden genieten, merkte ik: het is waar wat ze zeggen, de mensen die ook zo somber waren na het verlies van hun hondenhummel: het leven wordt uiteindelijk weer lichter, elke dag een beetje.

Tot gauw.