Vrijdag 11 januari 2019

Stil…

De dagen glijden voorbij en het leven verder leven zonder Dirk is een klus waarvan we nooit verwacht hadden dat we die nu al moeten klaren.

De stilte is veelzeggend en het geluid van de tikkende klok in de keuken valt ons nu pas op. Het maakt ons niet alleen pijnlijk bewust van Dirk z’n dood, maar we beseffen ook in hoeveel substantiele en piepkleine dingen onze grote liefde 11,5 jaar lang elke dag en hele dagen door, aanwezig was. Ons omringde met zijn levendigheid, zachtheid, gemoedelijkheid, zijn krachtpatsertjes-energie, zijn blindelingse vertrouwen, zijn druktemakerij, een onvergetelijk lief samenzijn.
Een derde ziel samen met ons, dat was Dirk. Een ongecompliceerd lieve ziel die de onze aanvulde. Zijn pijnlijke afwezigheid is voelbaar, merkbaar, ruikbaar, hoorbaar maar die Dirk-ziel, die is er ergens wel, nog steeds. Onze Dirk is dood maar ons zielenkind is niet echt weg…

Soms vinden we ergens een plukje van zijn lieve zwarte haar. Het viel steeds meer uit de laatste dagen van zijn leven. Elk plukje dat ik vind, raap ik op. Ik ruik er even aan en soms ruik ik Dirk: wollig. Dan stop ik het plukje in een ‘zipper bag’, zodat de geur bewaard blijft. Bewijsmateriaal van Dirk’s (voorbije) leven, het is heilig. Dinsdagmorgen voordat we zijn kistje dichtdeden, knipte ik flink wat haar weg bij zijn linkeroortje, waar het zachtste deel van zijn vacht zit. Bij zijn levendige oren (waarmee Dirk van alles uitdrukte) kriebelden we hem vaak. Die zwart-zilveren plukjes, dat was typisch Dirk. Binnenkant oren zilvergrijs, buitenkant zwart. Hij was een mooierd, niet alleen aaibaar maar ook stoer en mooi.

De afgeknipte plukjes wilden we in een heel klein doosje stoppen en dat doosje dan voortaan met ons meenemen, waar we ook gaan. ‘Dirk gaat met ons mee’. Zoals het altijd was. We moeten het doosje alleen wel met liefde gaan zoeken. Het woonwinkeltje in ons dorp, ‘Thuis’, had niks geschikts. Maar de eigenaresse was geraakt door ons verhaal, herkende onze emoties ook sterk, en zo stonden we daar alledrie met betraande ogen in haar winkel te speuren naar ‘een Dirk doosje’. Wat we niet vonden. Uiteindelijk pakte ze een lief, tule zakje van achter de toonbank: ‘Hier, neem dit in elk geval mee voor tijdelijk, dan hoef je niet met haast te zoeken maar heb je in elk geval iets voor Dirk z’n haar’. Met een warme deken om ons heen verlieten we haar winkeltje.
Nu zitten de Dirk-plukjes in een zipper-bag en daarmee in het lieve tule zakje. Dat zakje hangt in de hal aan het haakje waaraan (in het ‘Oude Normaal’) Dirk z’n tuigje en riem hingen. Als we op stap gaan, kunnen we onze jassen pakken en het zakje met Dirk z’n haartjes meenemen in mijn tas, of in Dejan z’n jas.

Wat een hoop liefde komt er los… Wat een hoop liefde blijkt er ook te kunnen zijn tussen mensen en hun huisdier-lieverds…
Soms is het ongeloof en het niet willen voelen dat Dirk echt nooit meer tussen ons in op de bank zal liggen (op z’n rug, onbeschrijfelijk aaibaar!) zo hevig dat ik bijna wil roepen: ‘trek ons hier alsjeblieft uit, we hebben genoeg afgezien, geef hem nu maar terug!’ Maar ik weet niet naar wie ik roep. En we weten allebei wel: het is definitief, onze Dirk is dood. Een deel van ons voelt zo intens treurig ‘leeg’.

En dus zeggen we tegen elkaar: ‘De enige remedie tegen de pijn, is tijd. We moeten volhouden. De pijn, het missen, de leegte, het huilen, toelaten. En zo nu en dan ook even niet toelaten maar afleiding zoeken. Wat we dan ook doen, waarna de pijn soms zachter voelt, of juist dubbel en dwars weer opduikt uit onverwachtse hoek. Maar afleiding is net als elke dag zorgen voor een gezonde hap: noodzakelijk.
Gisteren was het een wandeling en lunch bij het bezoekerscentrum in Rheden, langs de schaapskudde en terug. Alles is vredig verstild daar in de zachte heuvels. Het ritje ernaar toe en terug was wel een onafgebroken trip down memorylane. Overal plekken waar we met Dirk geweest waren. Alsof we hem bijna nog konden zien lopen… En toch is zo’n uitstap iets dat even helpt.

Vanmiddag om 14.30 uur hebben we een meeting met Dirk z’n dierenarts Jochem. We willen hem bedanken voor alles. Hij kon Dirk niet redden samen met ons maar wel, ook samen met ons, een veilig en geborgen laatste stukje leven geven. We willen Jochem ‘namens Dirk en ons’ een cadeautje geven. Een speeltje voor zijn kat waar hij met veel liefde over praatte. Voor de dierenarts was afgelopen vrijdag een van die moeilijke werkdagen, een van de lastigste ‘euthanasie-momenten’, vertelde hij ons. Met hem nu, een week later nog even bij elkaar komen, is wat ons goed lijkt. Ook ‘voor Dirk’. Het zal niet makkelijk zijn de kliniek nu weer binnen te stappen en ik hoop dat we niet worden ontvangen in de ‘infuuskamer’. Dat was een gewone behandelkamer die ze tijdelijk geblokkeerd hadden, zodat wij daar met onze Dirk zo’n 10 uur lang konden verblijven terwijl Dirk zijn ‘nierdialyse’ kreeg. Op oudjaarsdag, en opnieuw op 2 januari.
Een kamer waar we intensief met Dirk bezig waren. Waar we al die uren (twee dagen lang, de eerste dialyse dag was in de operatiekamer) hoop koesterden dat Dirk weer zou kunnen aansterken en we met hem verder konden. Die hoop was bij vlagen ver weg maar eigenlijk bij meer vlagen dichtbij. Of het was dat wij dat zo graag zagen… Dirk was levendig, speels, at goed, dronk goed, hing lekker tegen ons aan en liet zich alle aandacht van het kliniek-personeel heerlijk aanleunen. Dirk was de mascotte van de kliniek. En straks lopen we er binnen met ‘lege handen’, zonder onze stoere Dirk. Het is nog steeds ondenkbaar.
We hebben bedacht dat we via het bos terugwandelen naar huis. Zodat we na het bezoek aan de kliniek, de stilte om ons heen hebben.

Morgen maken we een wandeling met Anita samen naar de koffieboerderij, wat fijn voelt. Anita en Dirk hebben ook een (recente) geschiedenis samen. En ’s avonds zijn we uitgenodigd voor een ‘glaasje’ met de naaste buurtjes, om te proosten op het nieuwe jaar (dat me nu al gestolen kan worden, 2019 is, bij voorbaat een klotejaar!) en te proosten op onze Dirk. En ja, op Dirk kan ons niet genoeg geproost worden… Het is wel fijn om even naar de buurtjes te gaan, zij leefden de laatste tijd enorm mee, lieten dat in ontroerende gebaren zien, en waren bovendien ook regelmatig een plekje voor Dirk als wij even weg moesten en hij niet mee kon.

Er komen ook momenten aan waarvan we nu al weten dat we er niet bij willen zijn. De verjaardag van Louise, dinsdagmiddag. Met allemaal vrouwen. Een kippenhok. Best gezellig waarschijnlijk, niet voor mij. Het wordt altijd feestelijk aangepakt bij hen, waarbij je als gast ook kan meegenieten. Maar ik moet er niet aan denken, al dat gekakel. En een buurman is maandag jarig. We gaan hem feliciteren op een moment dat ze even geen bezoek hebben, blij dat het kan. Feestelijke gezelligheid voelt nog zo naargeestig aan. Maar we willen ook niet onder de dekens kruipen en er niet meer onder vandaan komen. Dus we proberen maar een beetje af te stemmen op hoe we ons ter plekke voelen. Soms onder dat dekentje, soms eruit en dan een beetje voorzichtig zijn. We willen trouwens andermans feestje ook niet bewolken met onze verdrietige clouds.

‘De tijd het werk laten doen’. Dat zeggen we steeds maar weer, en het helpt. Gelukkig wordt het ook door ervaringsdeskundigen steeds weer in bemoedigende woorden onder onze snufferds gedrukt: ‘Echt waar, de pijn is nu zo ontzettend hevig (‘Oh man, hou op!’ zei de baas van ‘ons’ tuincentrumpje maandag) maar het wordt straks echt zachter’.
En gelukkig zijn er de warme, zachte handen van Dirk z’n lieve baas, mijn Dejan. Zijn warme hand op mijn been als we op de bank zitten, zijn warme hand in mijn hand als we slapen en ik even wakker schrik en meteen weer die pijn voel, zijn warme handen die mijn huilende hoofd vastpakken; zijn warme hand als we stil sjokken door het bos. Ik weet dat ik op mijn manier ook een troostrijke, veilige haven ben voor hem. Het intense begrip voor elkaar is een geschenk. We weten bij elk geluid van de ander, precies waar het voor staat. Dat er weer een herinnering voorbij drijft, dat er weer een pijnsteek was en dat het gevoel van gemis – ‘please, geef hem terug!!’ – even weer te hard is.

Wat een geschenk ook trouwens dat we hier wonen en zo makkelijk en vaak dat bos in kunnen. De hoge bomen fluisteren ‘Komt goed’, elke wandeling weer. Ik ben dankbaar. Boslust is nu Bosnood en ons dagelijkse medicijn. En ja, de huisarts vond het ook wel even goed voor mij om een medicijn extra te nemen, tijdelijk. Een oxazepam elke dag voor 10 dagen lang, heb ik voorgeschreven gekregen. Omdat het allemaal zo veel teveel is geworden, de laatste 6 weken bij elkaar. En omdat het herstel in mijn hoofd ook wat rust nodig heeft. Het helpt, zo’n pilletje. En de emoties komen er wel gewoon doorheen, dus de flow van ‘leren aanvaarden’ dat Dirk dood is, wordt er niet mee stopgezet ‘gelukkig’.

Onze kat Jasper heeft zijn luie januari-dagen en liet zich de eerste dagen nadat Dirk was gestorven maar heel af en toe zien. Misschien door de tijd van het jaar, misschien door ons hopeloze verdriet dat als een lagedrukgebied zwaar en moedeloos om ons heen plakte, hoe we het ook van ons af probeerden te vegen, slaan, schoppen zelfs.
We schudden het bakje brokjes van Jasper trouwens regelmatig heen en weer zodat zijn brokjes de bodem helemaal bedekken. Als hij dan gegeten heeft, zit er een ‘gat’ in en zien we de bodem van zijn bakje. Een teken voor ons dat hij goed eet, geruststelling die we nodig hebben. Vorig jaar was hij het kwetsbare meneertje. ‘In godsnaam, ga geen gekke dingen doen jij!’ beveel ik hem een paar keer per dag. Hij beantwoordt mijn commando’s met geknor, en duwt zijn brede katerkoppie stevig tegen mijn hand. Is het liefde? Dominantie? In elk geval zijn we blij met hem. En ook met de kippetjes. Dat ze ons nodig hebben, is goed.

Wij moeten verder zonder Dirk om ons heen. Ons Oude Normaal is niet meer, er ontstaat stap voor stap en dag na dag een Nieuw Normaal. En daar kunnen we ons elke dag al een heel klein beetje meer beeld bij vormen. Maar het Nieuwe Normaal is een vreselijk pijnlijke, ons ‘opgedrongen’ setting. We moeten het ermee doen.
‘Morgen gaan we het huis schoonmaken’ hebben we elkaar beloofd. Voor nu willen we nog even alles laten zoals het was voor dat ene moment dat alles veranderde… Maandag maken we weer een weekrooster. Met menu’s. Kookinspiratie heb ik niet, integendeel. Voor Dejan hetzelfde. Maar we zorgen wel dat we gezond eten en we zijn er bijna trots op dat dat lukt. Daarover schrijf ik in een later blogbericht meer want misschien zitten er nog best wat handige tips tussen. ‘Gezond voer in sombere tijden’.

Maandag eten we voor het eerst weer aan tafel en niet bij ‘Binnenstebuiten’ tv.  Aan tafel. Dan zat ook altijd Dirk naast ons op de grond, wachtend op zijn bakje met brokjes, dat net als onze borden met eten op tafel klaarstond. Als we het bakje te vroeg hadden neergezet en Dirk te lang moest wachten (ons eten was dan nog niet klaar) dan werd hij kribbig en begon steeds duidelijker moppergeluiden te maken. Eerst heel zachtjes, vervolgens steeds duidelijker (daarbij kijkend of wij hem wel zagen en hoorden) tot hem uiteindelijk een ferme, boze blaf ontschoot. Maar altijd bleef hij uber netjes zitten. Want zitten was eten. Als wij dan ook zaten, pakten we elkaars hand en gaf Dirk ons een pootje (soms gaf hij uit ongeduld en haast maar meteen twee pootjes en raakte hij helemaal in de war als wij gewoon een poot bleven vragen). En dan wensten we Dirk en elkaar smakelijk eten. Een ritueel dat natuurlijk niet had gehoeven als het aan onze Dirk lag, maar wel voor ons. Daarna was het aanvallen voor Dirk.

Met de pleegkids doen we het ook zo maar zingen we er een liedje bij. Volgend weekend komen ze weer, wat later dan oorspronkelijk gepland omdat wij ons er nog niet toe in staat voelden. Ook zij waren dierbaar met Dirk. Wie er met Dirk z’n riem mocht lopen als we het bos in gingen / wie Dirk z’n brokjes mocht geven / Dirk bij ze op de bank als ze tv keken / Dirk die ’s morgens vroeg de deur van hun kamer openduwde met z’n guitige snuit en ze wakker maakte. Het wordt even zoeken hoe we dat eerste weekend zonder ‘ons eigen kind’ met ze gaan doen. We vieren in elk geval de verjaardag van de jongste van de twee, die 5 jaar wordt. En we zullen proberen te laten zien: het leven bestaat uit feest en ook uit verdriet en dat mag er allemaal zijn. We willen lapjes mos met ze gaan verzamelen in het bos, voor op het grafje van Dirk. En kaarsjes aansteken voor Dirk. Maar het wordt ook kijken wat zij oppikken en aangeven, en luisteren naar wat onze harten aankunnen.

En maandag eten we dus aan tafel. Als dat ons goed afgaat, pikken we die draad weer op. Een nieuwe stap in ons Nieuwe Normaal. Valt het ons te zwaar, dan mogen we dinsdag weer op de bank bij de tv en doen we woensdag een nieuwe poging. Om en om. Het elastiek is te ver uitgerekt geraakt om ook maar iets te forceren en wij moeten nu (ook op liefdevol advies van anderen) heel zacht zijn voor onszelf en elkaar.
Afstemmen, steeds blijven afstemmen. Wat kan wel, wat niet.
We beginnen maandag ook met een plannetje dat er al lag voordat de feestdagen aanbraken: we willen een werkplekje maken voor mij in onze trapkast in de hal. Dat plannetje handen en voeten gaan geven, voelt voor ons allebei als fijne afleiding en een voorzichtige blik naar de toekomst, zonder dat we er pijn van hoeven te hebben. We gaan het stap voor stap doen: eerst de kast leegruimen, komende week.

Mijn elastiek is klaar met rekken. Het kan niet verder,  het is een uitgedroogd elastiek geworden dat bij verder oprekken gaat breken. M’n hoofd is nog wat in de herstelmodus van de operatie. Ik moet nog wat nazorgtraject-stappen doorlopen en ben nog steeds licht ‘dronken’, heb nog steeds en wat verdoofd gezicht links, mijn ogen hebben moeite met focussen, ik beweeg nog wat wiebelig. Maar de pijn van neurospook blijft weg. Hoera, denk ik zachtjes. Want met die pijn erbij was het allemaal nog ondoenlijker geweest.
Een nieuwe pijn is er voor in de plaats gekomen. Dirk-pijn. Pijn die door geen enkele arts kan worden weggehaald maar die door Dokter Tijd zal worden vervaagd. Daar wacht ik op, intussen zoekend naar hoe ik het leven zo goed mogelijk kan doen samen met mijn lieve Dejan.
Er zullen steeds meer momenten zijn dat de liefdevolle herinneringen zwaarder wegen dan de pijn, dat is al begonnen zelfs. Momenten dat er een grappige, oh zo lieve herinnering aan onze Dirk binnenglipt, of dat er weer een sprankje (nabije) toekomst doorsijpelt. Momenten waarop we beseffen dat al het mooie van ons leven metDirk niet ‘weg is’ maar anders verdergaat. Iemand schreef het mij:

‘Voorbij het verdriet zul je hem uiteindelijk nooit echt verliezen’.

Een troostzin die mij al eens eerder bereikte in het leven en die ik in de jaren daarna ook weer doorgaf.
Oh man, wat hoop ik dat het waar is…!