Dinsdag 9 april 2019

Puppypraat!
‘Wat komt er op meneer z’n bordje?’

Nog maar een paar dagen en dan komt de kleine, fluffy ‘broer’ van onze lieve Dirk deze kant op. ❤︎ Het is een dierbare gedachte – meneertje puppy die de honneurs waar komt nemen voor Dirk.

Ik ben al 2 keer bij de fokker geweest, eerst met Dejan toen er nog geen nestje was, en daarna met vriendin Annelies toen de puppy’s een maand oud waren. Donderdag a.s. gaan Dejan en ik die kant op om ‘het broertje van Dirk’ te kiezen. Of zoals wij steeds zeggen: dan gaat Dirkebroer ons kiezen, ha! Donderdag weten we dus wie Dirkebroer wordt en een paar dagen later (maandag) gaan we hem ophalen.

De timing voelt goed. Net niet te snel, eerder was te vroeg geweest, maar we zijn er wel klaar voor nu. Het voelt wonderlijk sterk verbonden met Dirk, zonder dat het hondje op Dirk moet lijken. We kozen niet voor niks voor een zwarte schnauzer deze keer. Maar het voelt heel liefdevol. We kijken er naar uit om weer dat leuke, lieve en vrolijke hondenleven in te duiken en daarmee (ik schreef dat al eerder) het feestje van Dirk namens hem voort te zetten.

Deze week bereiden we ons heel goed voor op de komst van onze ukkepup. We hadden een mandje voor hem gekocht maar die is gekraakt door Jasper de kat, die overigens vandaag bij de dierenarts nog een gezondheidscheck heeft gehad en het  prima doet! Er werd bloedgeprikt in zijn pootje en meneertje kat bleef gewoon stoicijns zitten. Doet ie elke keer. Geen kik geeft ie, zo stoer, held!  Die held die gaan we zijn lekkere mandje nou niet meer afpakken, om er vervolgens een kleine indringer in te laten liggen. Dan vragen we om problemen. Dus er kwam een mandje bij. En een bal, en een waterflesje voor onderweg… Donderdag gaan we halsband en tuigje kopen en alle andere spullen. Speeltjes hebben we al.

Wat betreft de ukkepup: we hebben een document gemaakt met in hoofdlijnen alles dat we moeten weten en onthouden voor de eerste periode. De eerste dagen en nachten, zindelijkheid, een vast plekje, hem leren luisteren naar zijn naam, hele kleine beetjes oefenen in alleen zijn. We hebben het  destijds met Dirk allemaal al meegemaakt maar het ging toen zo enorm vanzelf met Dirk, dat we ook heel veel vergeten zijn. Waar we geen document voor nodig hebben: liefde geven. Als er iets is waar we klaar voor zijn, dan is het dat.

Food for thought…
Waar wij nog veel twijfels over hadden (en nog steeds een heel klein beetje) is de vraag: welk voer gaan we ons hondje geven?. De fokker geeft vers vlees – rauwvoer dus – van een Nederlands merk. Energique (klinkt niet erg Nederlands trouwens) is een merk alle ingrediënten uit Nederland haalt en laat controleren op bacteriën. Doordat de ingredienten van dichtbij komen, heeft het niet lang gelegen in containers tijdens het transport en is er meer grip op het controleren van de ingrediënten. Het is ook minder milieubelastend door minder lang transport,  wel zo verstandig.
Het voer is – zo las ik uit diverse reviews – gemaakt van goede kwaliteit vlees en gemengd met groente, fruit en allerlei andere dingen die een hond nodig heeft. Er zitten bovendien geen chemische stoffen in en het voer is bevroren en in kleine porties verdeeld, dus dat is handig. De fokker (met al 40 jaar ervaring) is er erg enthousiast over en drukte ons al twee keer op het hart om echt dat voer te blijven geven. Zijn honden zien er super gezond uit en zijn blij en fit.

Kat in ‘t bakkie zou je denken maar in ons geval wel letterlijk een kat in ‘t bakkie (kat in het mandje van de pup om precies te zijn) maar niet figuurlijk. Wij vinden rauw vlees, ondanks dat het een big trend is, wel een beetje…rauw. Een beetje eng, ook. We zijn bezorgd over bacteriën enzo. Nou heeft datzelfde voermerk ook een ‘dierenarts-variant’ die nog steeds hetzelfde rauwe, verse vlees bevat maar onder hoge druk ontdaan is van bacteriën. Ideaal, en ook de enige variant waarvoor onze dierenkliniek de handen in het vuur durft te steken (want dat dierenartsen niet heel happig zijn op die rauwvleestrend, dat werd me al snel duidelijk na een internetonderzoekje en gesprek met onze dierenkliniek). Het is alleen echt be-la-che-lijk duur dat ‘veilige rauwe voer’.

Ik belde met de fabrikant – Energique dus. Die zei: ‘Als je puppy gewoon gezond is, kan je hem met een gerust hart de variant geven van de dierenwinkel (de goedkopere dus). De dierenarts-variant is eigenlijk vooral bedoeld voor honden die een kwetsbaardere gezondheid hebben, die je wel de voordelen van vers, rauw vlees wil geven maar die geen enkel risico mogen lopen op een bacterie. Dus als ik jou was, zou ik mijn hondje niet op het dure spul van ons zetten maar gewoon de normale variant die wij hebben. De kans dat er een ziekmakende bacterie in zit, is heel erg klein’.
Maar toen ik hem vroeg hoe dat zit met mensen-gezondheid, en dat ik zelf een wat kwetsbaardere weerstand heb door mijn reuma, toen was hij ook meteen wel eerlijk en gaf hij aan dat hij dat wel wat lastiger in te schatten vond. Je komt  er namelijk niet alleen mee in aanraking bij het voeren zelf (het vlees moet ontdooid worden) maar ook via het contact met je hond. Fair enough.

Ik speurde wat op internet en typte in: ‘voordelen en nadelen rauw vlees voer’. Meteen werd mij duidelijk: de voor- en tegenstanders van rauw vlees buitelen over elkaar heen. Veelgehoorde argumenten om het wel te doen: honden vinden het lekker, hun vacht gaat glanzen, het is goed voor het gebit, geeft je hond meer energie en het is natuurlijk, waardoor het aansluit bij het oorspronkelijke menu van toen de hond nog wolf was. Zoiets als de gedachte achter het Paleo dieet voor mensen (maar dat bevat dan weer heel andere ingrediënten dan rauw vlees natuurlijk). Veel van deze genoemde voordelen zijn alleen niet wetenschappelijk bewezen, las ik.

Het meest gehoorde tegenargument bij rauwvlees geven is de voedselveiligheid voor mens en dier. Dit artikel op dierenarts.nl. gaat daar op in. De belangrijkste zin: “Mensen en dieren waarvan de afweer niet optimaal is, lopen een grotere kans om ziek te worden”. Dat was duidelijke taal. Maar ergens twijfelde ik nog steeds een beetje. Als we er vanuit gaan dat onze hond wel een optimale weerstand heeft, kan het dus weinig kwaad? En als je het levende bewijs van het enthousiasme van de fokker om je heen ziet rennen en rollen – prachtig glanzende, gezonde blije hondenhummels  – dan denk je ergens ook: ik zou gek zijn om zijn advies voor vers vlees niet op te volgen. En wat onze pupperd betreft, we gaan er helemaal vanuit dat hij goed gezond is, en dus zo’n rauwvleesmenu prima aankan, sterker nog: dat hij  er veel voordelen uit haalt.

Maar dat mijn weerstand niet optimaal is, dat staat vast. Simpelweg vanwege mijn reuma (een auto-immuunziekte). Ik krijg ook niet voor niks de griepprik. Dus: dat rauwe vlees, hoe goed ook, voelt gewoon niet zo veilig.

Hapklare brok dan toch
Na het lezen van dat artikel was het dan ook helder: wij gaan niet door met het voeren van rauw vlees maar stappen over op brokjes.
In eerste instantie houden we het mannetje nog even op het voer van de fokker want hij moet al aan zoveel dingen wennen, het voer komt dan wel iets later (± een a twee weken). Maar we gaan daarna afbouwen en een nieuw voer opbouwen. Daarvoor vond ik trouwens een handig advies bij Sanimed, een dierenartsen-hondenvoerfabrikant (met  een algemeen advies over het omzetten van rauw vlees naar brokjes):

  • week de brokjes in lauw water;
  • voer uw hond bij voorkeur in 4 porties gedurende de omschakelingsperiode van minimaal 8-10 dagen;
  • meng de geweekte brokjes met het vers vlees maar week de brokken steeds minder tijdens de omschakeling periode, zodat de hond rustig gewend raakt aan droge brokken;
  • voer de eerste 2-3 dagen 1/4 geweekte brokjes en 3/4 vers vlees;
  • vervolgens 2-3 dagen 1/2 geweekte brokjes en 1/2 vers vlees;
  • daarna 2-3 dagen 3/4 geweekte brokjes en 1/4 vers vlees;
  • hierna kunt u volledig overschakelen op het nieuwe voer.

Maar dan wel goeie brokken!
Brokjes hondenvoer hebben in het algemeen ook een probleem, vinden wij: teveel chemische toevoegingen. We hebben door  Dirk z’n allergieproblemen (maag-darm-allergie) heel veel voersoorten voorbij zien komen en uiteindelijk deed Dirk het ‘t beste op een bepaald soort allergeen voer, brokjes. Maar we hadden altijd twijfels over de chemische zooi in die brokjes. Dat willen we dus anders, nu we (fingers crossed!) niet meer vastzitten aan allergeen voer.

We hebben al een prettig gesprekje gehad met Brechtje, de voedingsdeskundige in de dierenkliniek hier. Maar we wilden toch ook even zoeken naar wat onszelf het meest  overtuigt. En Dejan vond een merk voer dat wel in brokjesvorm komt (dus geen rauw vlees) maar geen chemische toevoegingen heeft (Edgard en Cooper). Het is biologsich voer waarvan ook nog 10% van de opbrengst gaat naar honden-doelen. De stijl en PR van het voer zijn gelikt en leuk, daar willen we niet teveel in trappen, dus we zijn ook dat voer nog even kritisch onder de loep aan het nemen en van alles erover aan het uitzoeken. Brechtje van de dierenkliniek kende het nog niet, het is ook heel nieuw, en ook zij is zich er even in gaan verdiepen. Ze belt ons morgen terug met haar gedachten erover. Het is tot nu toe wel de voersoort die ons het meest overtuigt.
Overigens gaan we een ander advies van de fokker wel echt opvolgen: zalmolie geven. Dat kan  toch hopelijk geen kwaad en de fokker zweert erbij. Zou hij daar zulke mooie glanzende hondjes door hebben rondlopen? 😊

Dit alles hier is natuurlijk geen wetenschappelijke onderzoek maar gewoon een klein, eigen ‘onderzoekje’ op internet en na gesprekjes met de dierenkliniek, de fokker en een voerfabrikant. Maar voor wie ook twijfelt over de vraag: ‘wat schotelen we onze hond voor?’ is het, wie weet, herkenbaar en een beetje bruikbaar.
Ik laat nog wel weten of dat voer het ook echt gaat worden, en dan in dat geval, of het meneer en ons bevalt.

Wordt vervolgd, tot gauw.