Zaterdag 4 augustus 2018

Het afscheid van achterbuurvouw Wil.

Een mooi afscheid was het, eerlijk en liefdevol tegelijk. Het deed recht aan Wil zelf en aan hoe mensen haar ervaren hebben: lief en lastig. Ook wij herkenden veel van wat er gezegd werd.

Wij maakten in eerste instantie kennis met de lieve kanten van Wil en het contact werd al gauw best intensief. Bij elkaar eten, Wil als een soort ‘pleegoma’ van ons toenmalig weekenpleegkind Manuela (die best veel bij ons was in die jaren), veel dierbare gesprekjes en Wil was de enige buur die, toen we net een half jaartje in Dieren woonden, uitgenodigd was voor een feestje in het bos (Dejan die 50 werd).

Na een jaar waren we erachter dat Wil ook heel grillige kanten had en dat afreageerde als je dichtbij haar stond. Vooral ik was de pineut. Ik kreeg van haar op mijn kop voor dingen die echt onrechtvaardig waren. We besloten een stap terug te doen en het contact wat oppervlakkiger te houden voortaan. Dat werkte ook prima, er bleef een warme toon over tussen haar en ons, maar de etentjes bij elkaar en de intensieve betrokkenheid bij elkaar, dat was verleden tijd.

Toch werd het contact de laatste tijd (al voordat Wil ziek bleek te zijn) wel weer levendiger. En we zijn op elkaars feestjes blijven komen en toen we haar opzochten in het verpleeghuis, was Wil daar heel gelukkig mee. We zagen een milde Wil, die harmonie zocht met de mensen om haar heen en die zich gelukkig toonde met alles dat nog mogelijk was. Voor Wil is het duidelijk een goeie tijd geweest. En voor ons was het ook dierbaar, want after all was Wil wel de eerste persoon in Dieren waar wij echt mee in contact kwamen.

Wij hebben vrij snel plek in ons hart voor iemand. Als het klikt, zijn wij allebei echt open en (denk ik), vol warmte. Soms doet het dan zeer als iemand zich bot of zelfs lelijk gedraagt. Ik heb scherpe voelsprieten en ben niet echt een taaie als het om ‘lelijk gedrag’ gaat. Op de uitvaart van Wil bleek dat ze behoorlijk lelijk kon doen, dat ze veel ruzie maakte. Mij heeft ze destijds echt pijn gedaan met een paar dingen. Soms kan ik echt wel hard geraakt worden door opmerkingen van mensen. Dan vraag ik aan vriendinnen ‘ben ik kleinzerig?’. Eigenlijk hoor ik dan altijd dat ik helemaal niet kleinzerig ben maar dat de wereld bot is. En dat ik me daar steviger tegen moet wapenen. Ik moet die ‘bewapening’ nog beter zien te regelen voor mezelf. Zodat ik dingen makkelijker van me af laat glijden, in plaats van dat ze binnen mogen komen en teveel pijn doen.

Een psycholoog zei eens tegen mij ‘Als je makkelijk geraakt kunt worden, betekent dat ook dat je empathisch bent, het heeft ook een heel mooie kant’. Ik denk dat buurvrouw Wil dat ook wel gevoeld heeft. En daardoor hebben wij ook niet echt ruzie of scherpe conflicten met Wil gehad, zoals sommige anderen wel. Ze heeft onze stap naar achteren geaccepteerd en gewaardeerd dat er toch nog iets van een snuf warmte overbleef voor elkaar. Dat vond ik heel fijn, en ook heel mooi van haar. Ze kende ook een grote mate van bescheidenheid.

Wil’s lelijke gedachten, daar was ik niet goed tegen gewapend. En toch is ze altijd in mijn hart blijven zitten. Ook in dat van Dejan. En dat gevoel werd weer heel concreet toen we haar opzochten.
Vandaag namen we dan met z’n allen afscheid van Wil en ja, wij gaan die stem daar aan haar tuinpoort zeker missen. En de blijdschap over een gezellig praatje. Elkaar tegenkomen op een burenverjaardag, zelfs het kloppen op het raam als de telefoon of een ander apparaat weer eens niet wilde wat Wil wilde, en zij onze hulp zocht. Of Wil op ons antwoordapparaat als er iets was, ook bij ons. ‘Dikke zoen, Wil!’ zei ze dan aan het eind van een bericht. Ze belde ons eind maart toen ze die ochtend het nieuws kreeg dat ze stokdarmkanker bleek te hebben. Een paar dagen daarvoor vertelde ze van de scan en dat ze dacht dat ze een darmontsteking had. Maar doordat mijn vader slokdarmkanker had gehad, wisten wij wel ‘beter’ en beseften wij al dat Wil waarschijnlijk zou doodgaan (ze had al geen goede conditie). Nu 4 maanden later stonden we bij haar witte kist met witte bloemen, luisterden we naar verhalen over haar leven, en zagen we foto’s van Wil in jongere dagen.

Het was fijn dat er een buurvrouw was die ons meteen verwelkomde in deze buurt en die ons zelfs deel van haar leven maakte. Waar we elke keer als Manuela er was, patatjes en kroketten gingen eten, die ze dan in haar schuurtje bakte. Het was fijn dat we met die buurvrouw, ondanks hobbels op de weg, toch in bescheiden mate een warme verstandhouding konden houden en dat het laatste beeld van haar daar in het verpleeghuisbed een positief beeld was: Wil met rode wangen en blije ogen. Ze wist toen (10 dagen voor haar dood) niet dat ze zo snel dood zou gaan en wij ook niet. Een beetje onwerkelijk is het allemaal wel, maar vandaag bij het afscheid bleek vooral: het is oke zo.

Dag buuf, heb ‘t goed daar bij jouw Bas!