Donderdag 4 januari 2018

Overpeinzingen bij een pot thee…
Buiten is het guur en somber.
Best een contrast met de lichtjestijd die we net achter ons hebben, vind je ook niet…
Bij ons binnen staat nu elke dag urenlang thee op het theelicht en branden er een paar kaarsen. Ik geef me over aan een soort van warm nest, aan theeleut zijn, en ga er nog wat lekkere soorten thee bij scharrelen (goed spul, geen chemische nepperdjes met allerlei onmogelijke fruitsmaakjes enzo).

We hebben vandaag de kerstbomen (die van ons en die van vrienden) in de tuin gezet. Ze hebben een mooi stekkie daar. Laat dat lappie grond van ons maar lekker gevuld worden met wat zich aandient. Onze tuin moet zich niet laten duwen in een tuinplan of in een stijl die iets anders roept dan bos. Want het is bosgebied waarmee wij worden omringd, ook in de straat en rond de tuin. En dat willen we omarmen i.p.v. tegenwerken.
Of als ik het anders zeg: meer kun je met onze tuin ook niet doen. Gewoon weer bosgebied ervan maken. Iets anders doet het hier toch niet, de grond (bosgrond gemengd met bouwgrond) is een zooitje voor ‘normale tuinwensen’. Van de nood een deugd maken dus. Want wat groeit er nou beter op bosgrond dan dennenbomen… 😉
En wat het huis betreft hebben we het plan om dat van boven tot onder op te ruimen. Vandaag zijn we door het huis gelopen om een lijstje te maken voor grofvuil dat maandag komt. En daarbij ligt er nu een planning wanneer welke ruimte onder handen wordt genomen. Ik heb opbergbakken erbij gekocht en ben er klaar voor. Het wordt vooral mijn klus, Dejan gaat hard aan het werk met een website voor een opdrachtgever. Ik heb er best zin in om aan de slag te gaan in huis. ‘Een opgeruimd huis is een opgeruimd hoofd’, zei een of andere opruimcoach. Een ‘opgeruimd hoofd’… Wil ik wel…
Onze nieuwe oude bank wordt trouwens dinsdag teruggebracht. In een nieuwe gedaante, zo fijn!
Morgen komt Kleine Zus al vroeg onze kant op voor 3 dagen. Ik ga morgen met haar het dorp in en even samen lunchen. We maken groentekroketjes voor het avondeten, lezen voor uit het Gouden Winterboek, gaan vuurtje stoken in het huisje, vieren een beetje Servische kerst (altijd een ‘troostfeest’ als de lichtjestijd weer voorbij is!) en madammetje gaat naar paardrijles. Lekker weer in galop door het bos, hoe stoer en hoe heerlijk is dat?! Het is denk ik wel goed dat ze zonder Grote Zus is en Grote Zus zonder haar. Even peace in mind voor beide dametjes. Dat was ook zo gepland, en dat is goed.
Dat laatste, peace in mind, hebben Dejan en ik ook nodig. ‘Ons verhaal’ in dit nieuwe jaar biedt mooie vooruitzichten maar ook uitdagende hoofdstukken. De operatie rond mijn neurospook is een van de hogere drempels. Ik kreeg vandaag een uitgebreid verslag van iemand die eind november geopereerd is met de behandeling die mij nu is voorgesteld door de neurochirurg. En dat is wel even een beetje slikken. Het is een lange weg ernaar toe, en een lange weg er van af. En het is afzien. ‘Ga er vanuit dat het echt wel een flinke slag zwaarder is dan de vorige operatie’ werd mij geadviseerd. Stapje voor stapje hoor, zoals ik al vaker zeg tegen mezelf. Anders durf ik niet meer.
Wat voor mij ook een uitdaging wordt: mijn grenzen beter en rustiger bewaken vooral naar buiten toe. Iets beter nagaan wat ik wel en niet te bieden heb en wel en niet kan. Ik kan, volgens de psycholoog waar ik een tijd terug een aantal keer bij op gesprek ging, vrij makkelijk mensen aantrekken die vooral komen ‘halen’ bij mij. En bij wie ik tegen een dichte deur aanloop als ik iets van wederkerigheid zoek.
Een voorbeeld is mentorschap. Ik heb heel hard gewerkt om een goede mentor te zijn voor Jan, en dat deed ik voor hem. Maar de stichting waar ik onder val, stelt wel allerlei eisen aan de mentoren, die niet betaald krijgen (de stichtingsmedwerkers wel) en intussen hebben ze niet bepaald het talent in de gelederen om jou als mentor een gevoel van steun te geven, integendeel. Tijdens mijn operatieperiode waren ze in geen velden of wegen te bekennen en een collega mentor die een paar maanden was opgenomen, heeft een kaartje gehad en verder niks meer gehoord schreef hij.
Toen ik liet weten dat ik o.a. door gezondheidsredenen besloot te stoppen als mentor, moest ik 3 weken wachten op een bericht. Bleek dat ze al bezig waren een andere mentor te zoeken. Maar ik wist van niks. En als Dejan er niet achteraan had gezeten (omdat hij vond dat ik deze kilte niet verdiende), had ik het in de nieuwsbrief moeten lezen. Met daarbij ook nog zonder overleg met mij vermeld dat ‘de mentor stopt om gezondheidsredenen’. Ik had graag zelf willen bepalen of de collega’s dat in een nieuwsbrief lezen of van mij persoonlijk horen. Er kwam een onbeschofte reactie terug naar Dejan van die mevrouw, Dejan gaf haar van katoen en toen bond ze enigszins in.
Het is dat Jan zo blij wordt van het contact en dat ik zie dat er verbeteringen bereikt kunnen worden voor hem, dat hield het al die tijd leuk en fijn om te doen.
Toen ik het laatst aan een collega mentor vertelde, snoerde ze me meteen de mond en begon haar eigen verhalen te vertellen. Ze praat intensief over zichzelf en haar leven. En heeft dat ook oprecht nodig denk ik, het is een taaie klus die zij moet klaren in het leven en ik kan daar ook echt wel compassie voor voelen. Later kreeg ik een berichtje van haar waarin ze me letterlijk bedankte ‘for being an angel’ en ‘voor het samenbrengen van vrouwen die verbinding zoeken’. Terwijl ik met de desbetreffende avond in het huisje alleen maar een knus kerstavondje wilde organiseren, meer niet.
‘Sisterhood is what we need’ schreef ze me. Ik klapte een beetje dicht. Ik snap haar zoektocht maar ik heb een andere, en besef nu sneller dan voorheen, en soms al zelfs ‘op tijd’ dat de behoefte van een ander soms onbedoeld toch wat schadelijk kan zijn voor die van mij.
Ik wil helemaal geen ‘engel’ zijn. Ik wil wel verbinding maken, maar in twee richtingen. Warmte over en weer laten reizen. Soms de een meer dan de ander, helemaal geen punt, het ene moment heeft de een wat meer nodig dan jij en een ander moment is het andersom. Maar ik wil geen (zoals Dejan het zo mooi noemde) ‘ongezonde hot-cold’ lijntjes in stand houden. Zó moet je je mond houden over iets dat jou oprecht pijn deed (en dat helemaal niet over die ander ging) en een dag later word je tot engel benoemd. Dat voelt onrustig voor mij, ik kan er niet goed mee omgaan.
Gelukkig zijn er ook echt mensen met wie het wel harmonieus voelt, nieuwe contacten, en ook oude contacten, vriendschappen die gewoon goed zijn en rustig. Ook op het vlak van mentorschap trouwens.
Toch overkomt me het oplopen van ‘blauwe butsen’ wel vaker. Dat gebeurt allemaal echt niet om mij te pesten, dat weet ik zeker. Dat gebeurt omdat ik verwarrende signalen uitzend en soms, en al heel lang soms, ‘hongerige’ personen aantrek. Ik suggereer onbewust dat ik altijd wel beschikbaar ben en altijd verbinding wil geven van mij naar die ander en andersom niets nodig heb. En dat is helemaal niet zo. Die psycholoog waarschuwde mij destijds een beetje voor mensen die dat in mij zoeken, onbewust. En nu, een tijdje later, na een kwetsbaar jaar en met een kwetsbaar jaar voor de boeg, valt het kwartje. ‘Ga kijken of je jezelf toch steeds meer kan omringen met mensen die wederkerig zijn in het geven en ontvangen van warmte en steun, en die het niet alleen bij jou willen halen maar ook kunnen brengen’, zei ze. Die mensen zijn het laatste jaar rond mijn neuroproblemen ook zeker mijn kant op gekomen, en dat is me nu extra dierbaar.
Ik heb de neiging om van buiten naar binnen te leven. Misschien zegt je dat niks, of misschien herken je iets als je dit leest? Eerst naar buiten rollen, in de huid van een ander gaan zitten, heel scherp behoefte aanvoelen, en daarna, veel later, pas nagaan wat er van binnen bij mijzelf eigenlijk nodig is en leeft. Dat wordt door sommige mensen als uitnodigend ervaren. En die mensen vinden mij dan heel aardig, en dat overvalt me dan een beetje, ik vraag me dan niet af of ik zo iemand ook aardig vind, er ontstaat een scheef contact en dat put me dan best uit. De vraag is ook of die ander er werkelijk wijzer van word.
Dus mijn ambitie voor dit jaar wordt: iets voorzichtiger zijn in wie ik echt toelaat in mijn huis en hart, en: van binnen naar buiten gaan. Niet andersom. Soms maar even binnenblijven dan ook misschien…
Ik heb hier niet vaak iets over geschreven omdat ik bang ben dat mensen die mij kennen en dit blog volgen dan denken: ‘oh jee, dat gaat toch niet over mij?’. En voor zover ik weet, is dat helemaal niet het geval. Dus wees gerust, ha! Zie je, daar ga ik weer: van buiten naar binnen. “Wat zullen ze wel niet denken?” Terwijl: mijn behoefte is om dit ‘thema’ te benoemen. Omdat ik zelf de menselijke herkenning ook enorm waardeer bij anderen op blogs, Het zijn voor mij de troostrijke verhalen temidden van alle instagramplaatjes en facebookberichten, die bijna alleen maar perfect gladgestreken levens laten zien. Ik wil dit delen omdat we mensen zijn met onze worstelingen. Ik in elk geval zeker, ik worstel me een slag in de rondte. En geniet me suf, dat ook 😉
Door het te benoemen, krijg ik ook een extra stok achter de deur om er iets mee te doen. De verandering van deze ‘pijnpunten’ ligt niet in handen van die mensen met wie ik niet zo goed kan en wil, maar bij mij. Iedereen is wie die is. Het wordt tijd dat ik dat ook mag zijn van mezelf. En dat ik daarmee de mensen vast kan houden die mij als mijzelf willen zien (en niet als een ‘engel’) en die ik mag zien in wie zij zijn.
Amen.
Voor Dejan is het trouwens ook erg fijn als ik dit aanpak (ik was nog niet klaar na die ‘Amen’ merk ik, sorry 😉 ). Dejan ziet mij worstelen hiermee en wil het zo graag voor me wegnemen, de pijnlijke, scherpe randjes. Maar dat lukt niet. Tuurlijk niet. Dat moet ik zelf in gang zetten. En dat ben ik begonnen. Heel consequent zelfs. Het geeft nu al wat rust en energie extra, en die energie kan ik mooi gebruiken voor mijn lieve husband en soulmate, en voor andere warme mensen om me heen.
Herken je ‘het’?
Hopelijk vind je er een voor jou goed te bewandelen paadje in.
Wees in elk geval voorzichtig met jezelf, all right? Doe ik ‘t ook.
Tot gauw.