Dinsdag 10 april 2018

Afgelopen zaterdag was ik weer in ‘mijn stad’ Nijmegen, samen met vriendin Anette. Toegegeven: ik bekijk Nijmegen altijd een beetje door een roze bril. Maar zaterdag zag ik een uur lang zelfs helemaal niks…

(review)

‘Jullie gaan zometeen het pikkedonker in en worden begeleid door Jeannet’ mompelt de jongen met de zachte stem. Ik werp vanuit het hoge raam een snelle blik op de pleinen van Nijmegen. Volle, zonovergoten terrasjes. Van zonovergoten ineens naar pikkedonker: een groter contrast kan ik me niet indenken. We zijn met z’n zessen en staan elkaar onwennig aan te gapen.

Jeannet wacht ons op in het bijna-donker, de deur wordt nog even op een kiertje gehouden zodat we kunnen wennen, die ene streep licht geeft een fijn soort houvast.
‘Zometeen is ook dat beetje licht weg, en zien jullie helemaal niets meer. Mocht je claustrofobisch worden, geef het gewoon aan dan komt iemand je ophalen en kan je er weer uit’. Er wordt verteld dat laatst een joekel van een kerel het na 1 minuut al niet meer uithield. Vriendin Anette en ik spreken nog snel af: ‘Als een van ons eruit wil, gaan we allebei’.
Jeannet schudt ons allemaal de hand en herhaalt onze namen. Tilly, Marina, Jacqueline, Monique, Anette, Kiki.
De deur gaat dicht, en weg is het licht. Ik beweeg met m’n hand voor mijn gezicht maar kan ‘m niet zien. Schimmen zijn er ook niet te zien, er is helemaal niets, het is een donkere leegte. Meteen voel ik een tikje tegen mijn been. De stok van een van mijn ‘duister-genoten’ tast de grond af. ‘Sorry’ zegt ze. ‘Geeft niet’ antwoord ik. Voor het komende uur weet ik zeker dat ‘Sorry’ het meest uitgesproken woord zal zijn.

‘Welkom allemaal, ik ben Jeannet en ik neem jullie mee mijn wereld in. Te beginnen met mijn huis’. Met haar heldere stem loodst ze ons door de woonkamer, naar de keuken, de tuin in, de supermarkt door en als laatste de kroeg in. We hebben haar vooraf niet gezien. En we zagen elkaar als groepsgenoten ook maar een paar minuten, tijdens de instructies in het licht. Maar na 5 minuten in het donker, zijn we elkaars houvast geworden. ‘Kom maar Kiki, hier is een stukje waar je door kan lopen’ zegt groepsgenoot Tilly, die met haar stok de ruimte voortvarend onderzoekt. Ik herken haar na een paar minuten al aan haar stem, en de geur van haar wasmiddel. Het lachje van vriendinnetje Anette is nog beter herkenbaar natuurlijk en klinkt soms achter mij, en dan ineens een aantal meter verderop.
Bij elke wisseling van plek noemt Jeannet onze namen om te horen of er niemand achterblijft. Ik voel me als een kind tijdens een enge speurtocht. Jeannet heeft dit al veel vaker gedaan, dat is wel duidelijk. Ze maakt het donker minder donker met haar heldere stem en haar alertheid.
Het gebrek aan zicht went trouwens best snel, geluid en geur compenseren een deel. We snuffelen aan stukken fruit in de ‘supermarkt’ – nee joh, dat is geen citroen, dat is sinaasappel! (mijn reukvermogen blijkt opmerkelijk goed te zijn) en we luisteren naar het getik van stoplichten. We voelen aan geparkeerde fietsen, schrikken van laaghangende struiken die in je nek kriebelen, drinken een drankje in de ‘kroeg’, giechelen en schateren, vragen Jeannet ‘t hemd van het lijf, voelen ons opgesloten en toch ook niet, en zo banen we ons een weg door dit blinde uur.

Daarna komen we terug in onze eigen werkelijkheid. Beetje bij beetje wordt het pikkedonker vervangen door het licht, zodat we ook daar even aan kunnen wennen. De stap van het diepe duister in het gangetje met het streepje licht, maakt sommigen van ons toch wat duizelig. Alsof we gelanceerd zijn door een tijdmachine en met een plof weer belanden in het hier en nu. We kijken elkaar slaperig aan en beseffen dat we een uur lang als een groepje onbekenden met elkaar door het duister zijn gegaan en op elkaar hebben vertrouwd. Jeannet schudt ons opnieuw de hand en wij bedanken haar voor haar begeleiding. Zij is permanent slechtziend, wij waren dat voor één uur. We liepen een stukje met haar mee door haar leven, tijdens een ‘blinde’ toer in MuZIEum Nijmegen.

En het is echt waar: het laat je anders kijken. Buiten in het lentelicht was ik niet alleen dankbaar voor alles dat ik kon zien (en geschokt over de hoeveelheid vuilnis die de Nijmeegse winkelaars op straat smijten op zaterdag…) maar ik voelde me ook rustiger. Even je ogen uitschakelen, je concentreren op alles dat je hoort, ruikt en met je stok tegenkomt, vertrouwen op anderen; het doet iets. Kijken met alles, behalve je ogen. Tegelijkertijd is het hondsvermoeiend en besef je vooral hoe hard iemand die blind is of slechtziend, moet werken. We denken dat we van alles hebben aangepast aan mensen met een (fysieke) beperking maar oh boy, hoe niet-waar is dat…

Een ‘kijkje’ in het leven van iemand die slechtziend is, via een speels opgezette toer in het donker: ik kan het je aanraden. En oh ja, vergeet dan ook niet om vooraf (of na afloop) in de muzeumhal een potje boter, kaas en eieren te spelen met een blinddoek op.
MuZIEum Ziekerstraat 6B in Nijmegen.

En dit was Anette in Nijmegen, bij daglicht 🙂

En dan de zondag
Dejan is net een beetje aan het opknappen maar was de afgelopen dagen behoorlijk beroerd. En we hadden ons verheugd op onze eerste Vespatocht van dit seizoen, lekker met z’n tweeën en Dirk door het mooie landschap rollen naar fijne plekken. Bij mij ging de knop vrij makkelijk om: ik zie een zieke Dejan en denk: de lente en zomer zijn nog lang, dat komt allemaal wel. Maar Dejan kon zich er moeilijker bij neerleggen. Die wilde die Vespa-toer erg graag door laten gaan. Wat natuurlijk helemaal niet mogelijk was geweest met zo’n zielig hoofd proppievol verkoudheid en koppijn enzo. Nu verheugen we ons op wat binnenkort komen gaat. Hij voelt zich al een stuk beter, we hebben vanavond een mooie wandeling door onze boswijk gemaakt en dat is al fijn.

Zondag lag Dejan in bed en rommelde ik wat in de tuin. Ook ruimde ik de keuken verder op. Lade nummer 3 was aan de beurt, die van de apparaten. En daarna heb ik de borden- en voorraadpottenplanken opgeruimd en heringedeeld waardoor er lekker veel ruimte is gekomen op de werkbank. Daar kan ik dan zo blij van worden. Het werkt ook meteen weer veel fijner. Ik heb er de hele dag over gedaan (veel weggegooid en goed opgeborgen) en had intussen de keukendeur open, met vogelconcerten uit de tuin erbij. De foto van de gang maakte ik omdat er een nieuw vloerkleed(je) in ligt, ik kocht het in Nijmegen afgelopen zaterdag. En allerlei inspirerende zaken voor mijn kookproject, zoals super retro ijslepeltjes en bekertjes, feestbekertjes en meer. Het nodigt uit om leuke zomeravondjes te plannen in de eetkeet.

Morgen schrijf ik verder. Over een mini museum dat ik vandaag met vriendin Martine bezocht, over de hereniging van onze kippetjes (de dames leefden ruim een week gescheiden van elkaar), over nieuwe jurkjes en een nieuwe lamp. Tot gauw!